ECLI:NL:RBDHA:2025:8045
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gezag, hoofdverblijfplaats en omgangsregeling na erkenning Bulgaarse beschikking
Partijen zijn voormalig gehuwd en ouders van drie minderjarige kinderen met Bulgaarse nationaliteit. De Bulgaarse rechtbank kende de moeder het eenhoofdig gezag toe en stelde een omgangsregeling vast. De vader verzocht de Nederlandse rechtbank om gezamenlijk gezag, hoofdverblijfplaats bij hem en een ruimere omgangsregeling.
De rechtbank erkent de Bulgaarse beschikking op grond van Brussel II-bis en wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag af, omdat geen wijziging van omstandigheden is aangetoond. De hoofdverblijfplaats wordt niet gewijzigd aangezien de moeder het gezag heeft.
De omgangsregeling wordt aangepast vanwege gewijzigde feitelijke omstandigheden. De rechtbank bepaalt dat de kinderen elke dinsdagavond en drie weekenden per maand bij de vader verblijven, met één weekend per vier weken een langer verblijf. De vakanties worden gelijk verdeeld. De regeling beoogt het belang van de kinderen en de wensen van de ouders te respecteren.
Uitkomst: De rechtbank erkent de Bulgaarse beschikking en wijzigt de omgangsregeling ten gunste van de vader, terwijl het eenhoofdig gezag bij de moeder blijft.