Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent);
€ 194 (honderdvierennegentig euro) moet vergoeden.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij haar referent. De aanvraag werd ingediend op 28 maart 2024, waarna verweerder de beslistermijn met drie maanden verlengde, maar uiteindelijk niet binnen de termijn besloot. Verweerder stelde zich op het standpunt dat het FIFO-principe gehanteerd wordt, waardoor de aanvraag pas in januari 2026 in behandeling zal worden genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig is ingesteld en gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank wijst het verzoek van verweerder om de behandeling aan te houden af, omdat de keuze voor het FIFO-principe geen reden is voor uitstel. Er wordt een termijn van acht weken opgelegd waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 om verweerder te stimuleren binnen de termijn te beslissen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak is gebaseerd op relevante wetsartikelen en eerdere jurisprudentie over nareisaanvragen en beslistermijnen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.