ECLI:NL:RBDHA:2025:80

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 januari 2025
Publicatiedatum
6 januari 2025
Zaaknummer
NL24.245
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:20 AwbArt. 4:17 AwbArt. 4:18 AwbArt. 4:19 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na verlening verblijfsvergunning asiel

Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 16 september 2022. Op 15 januari 2024 verleende de minister alsnog een verblijfsvergunning, waarna eiser het beroep handhaafde om een bestuurlijke dwangsom en proceskosten te vorderen.

De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen hiermee feitelijk is komen te vervallen, waardoor het procesbelang ontbreekt en het beroep niet-ontvankelijk is. Tevens is vastgesteld dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen toepassing vindt, waardoor geen bestuurlijke dwangsom kan worden toegekend.

Desondanks is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, omdat het bestuursorgaan aan eiser is tegemoetgekomen door alsnog een vergunning te verlenen. De proceskosten zijn vastgesteld op €453,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en een lichte wegingsfactor.

De rechtbank deed uitspraak zonder zitting op 3 januari 2025 en benadrukte dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard, maar dat de proceskosten worden toegewezen. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.

Uitkomst: Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken procesbelang, minister veroordeeld tot proceskostenvergoeding van €453,50.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.245

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

v-nummer: [V-nummer 1]
(gemachtigde: mr. E.G. Grigorjan),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op de asielaanvraag van 16 september 2022.
1.1
Bij besluit van 15 januari 2024 heeft verweerder alsnog een verblijfsvergunning asiel aan eiser verleend. Desgevraagd heeft eiser meegedeeld het beroep te handhaven met het oog op het vaststellen van de (bestuurlijke) dwangsom en de proceskostenveroordeling.
1.2
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Voor zover eiser heeft aangevoerd dat het beroep tevens ziet op zijn [broer] ([V-nummer 2]) volgt de rechtbank eiser hierin niet nu dit geenszins uit het inleidende beroepschrift blijkt.
3. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiser, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen, zodat eiser gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft.
4. Eiser verzoekt de rechtbank om de door verweerder verbeurde bestuurlijke dwangsom vast te stellen. De Tijdelijke wet [1] sluit uit dat de artikelen 4:17 tot en met 4:19 en 8:55c van de Awb worden toegepast op besluiten op asielaanvragen. Het gevolg daarvan is dat verweerder aan eiser geen bestuurlijke dwangsom kan verbeuren. De Afdeling [2] heeft bij uitspraak van 30 november 2022 [3] geoordeeld dat er geen aanleiding is voor de conclusie dat de Tijdelijk wet op dit punt onverbindend moet worden geacht wegens strijd met het Unierecht.
5. Nu artikel 1 van Pro de Tijdelijke wet in dit geval de mogelijkheid van een bestuurlijke dwangsom uitsluit, kan eiser met het beroep niet bereiken wat hij wil, zodat ook in zoverre het procesbelang ontbreekt.
6. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 14 augustus 2024 [4] staat een niet-ontvankelijkverklaring vanwege het ontbreken van procesbelang er niet aan in de weg dat wel kan worden bezien of in de omstandigheden van het geval, en in het bijzonder in de reden voor het vervallen van het procesbelang, grond is gelegen om over te gaan tot een proceskostenveroordeling. Een dergelijke grond kan zijn gelegen in de omstandigheid dat het bestuursorgaan aan eiser is tegemoetgekomen. Met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb is dan een proceskostenveroordeling mogelijk.
7. Van het aan eiser tegemoetkomen is blijkens rechtsoverweging 2 sprake. De proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 453,50, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 3 januari 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND.
2.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.