ECLI:NL:RBDHA:2025:795
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Afghaanse man wegens ongeloofwaardige bedreigingen en werkzaamheden
Eiser, een Afghaanse man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege bedreigingen door de Taliban en zijn schoonvader. Hij stelde dat zijn werkzaamheden als lijfwacht van zijn broer bij de politie hem in gevaar brachten en dat zijn schoonfamilie hem bedreigde vanwege zijn huwelijk.
De minister wees het asielverzoek af omdat de verklaringen van eiser over de bedreigingen en zijn werkzaamheden niet geloofwaardig waren. De rechtbank oordeelde dat het nader gehoor zorgvuldig was afgenomen en dat eventuele vertaalproblemen onvoldoende waren onderbouwd om de verklaringen te betwijfelen.
De rechtbank concludeerde dat de overgelegde documenten, waaronder een vermoedelijk vals personeelspasje en een onbetrouwbare oproepbrief van de Taliban, onvoldoende bewijs boden. Ook waren de verklaringen van eiser tegenstrijdig en summier, met name over zijn taken als lijfwacht, de timing van zijn vertrek uit Afghanistan en zijn verblijf in Turkije.
Ten aanzien van de bedreigingen door zijn schoonvader vond de rechtbank dat eiser onvoldoende gedetailleerd had verklaard en geen ondersteunende documenten had overgelegd. De minister mocht de geloofwaardigheid van deze bedreigingen daarom terecht betwijfelen.
Gezien het bovenstaande verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om asiel af.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van de bedreigingen en werkzaamheden.