ECLI:NL:RBDHA:2025:7880
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser, met Turkse nationaliteit en geboren in 2006, verzet zich tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser stelt dat hij risico loopt op onmenselijke behandeling in Kroatië, verwijst naar pushbacks en een gebrek aan medische zorg, en beroept zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening om overdracht te voorkomen. De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Kroatië tekortschiet in zijn verplichtingen.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak die geen systematische tekortkomingen in Kroatië constateren en stelt dat de stellingen van eiser onvoldoende onderbouwd zijn. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Proceskosten worden niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.