ECLI:NL:RBDHA:2025:7743
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en nationaliteit
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend met de stelling dat hij Jemenitische en Somalische nationaliteit bezit en vanwege bedreigingen door Al Shabaab niet in Somalië kan verblijven. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt wie hij is, mede door tegenstrijdige verklaringen en een taalanalyse die niet overeenkomt met zijn opgegeven achtergrond.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De inconsistenties betreffen onder meer de talen die eiser spreekt, de duur van zijn verblijf in Somalië en de status van identiteitsdocumenten. De taalanalyse bevestigt dat zijn Arabisch niet overeenkomt met het Jemenitisch en dat zijn Somalisch wel tot de Zuid-Somalische taalgemeenschap behoort.
Omdat de identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig zijn, heeft verweerder het asielrelaas niet inhoudelijk hoeven te beoordelen. De rechtbank volgt verweerder in de conclusie dat eiser moet terugkeren naar Somalië of Jemen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.