ECLI:NL:RBDHA:2025:7519

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 mei 2025
Publicatiedatum
2 mei 2025
Zaaknummer
NL24.27790
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:20 AwbArt. 3:2 AwbArt. 8:75a AwbVerdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksuele gerichtheid ondanks vergewisplicht

Eiser, een Gambiaanse man die asiel aanvraagt wegens zijn homoseksuele gerichtheid, diende zijn aanvraag in november 2021 in. Na meerdere beroepen tegen het niet-tijdig beslissen, wees de minister zijn asielaanvraag in september 2024 af omdat de identiteit van eiser niet geloofwaardig werd geacht en ook zijn homoseksuele gerichtheid onvoldoende aannemelijk was.

De rechtbank behandelde het beroep in maart 2025 en oordeelde dat de minister zijn vergewisplicht had nageleefd door de authenticiteit van de geboorteakte te laten onderzoeken door Bureau Documenten en TOELT. De rechtbank vond dat de minister terecht de verklaringen van eiser over zijn seksuele gerichtheid oppervlakkig en wisselend achtte, en onvoldoende rekening hield met het referentiekader van eiser. Ook de door eiser overgelegde ondersteunende documenten en rapporten van derden werden onvoldoende overtuigend bevonden.

Hoewel het beroep tegen de inhoudelijke afwijzing ongegrond werd verklaard, werd de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser vanwege de overschrijding van de beslistermijn. De rechtbank benadrukte dat het niet-tijdig beslissen een schending van de procesregels vormt, maar dat de inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag zorgvuldig was.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard, maar de minister wordt veroordeeld in de proceskosten wegens niet-tijdig beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.27790

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. A.A.W.A. Vissers),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 4 november 2021.
Bij besluit van 24 september 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de verlengde asielprocedure afgewezen als ongegrond.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2025 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verder was [voorzitter] , voorzitter van stichting LGBT Asylum Support, aanwezig.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2000 en de Gambiaanse nationaliteit te hebben. Op 4 november 2021 heeft hij een asielaanvraag ingediend.
2. Aan de asielaanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij een homoseksuele gerichtheid heeft. In Gambia had eiser een vriendje genaamd [naam 1] . Nadat de moeder van eiser een onderbroek van eiser vond met bloed erin, heeft zij hem geld gegeven om te vluchten. Omdat homoseksualiteit niet wordt geaccepteerd in Gambia, vreest hij bij terugkeer te worden vermoord.
3. Eiser heeft voorafgaand aan het huidige beroep drie keer eerder beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De eerste twee beroepen zijn door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard en het derde beroep is gegrond verklaard. [1] Op 10 juli 2024 heeft eiser wederom beroep tegen het niet-tijdig beslissen ingesteld. Op 24 september 2024 heeft verweerder het bestreden besluit genomen. Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb [2] heeft het beroep tegen het niet-tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het bestreden besluit.
4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen. De nationaliteit en herkomst van eiser worden door verweerder gevolgd, maar eisers identiteit is niet geloofwaardig geacht. Redengevend hiervoor is dat eiser een geboorteakte heeft overgelegd die is beoordeeld door Bureau Documenten als ‘met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet echt’. Ook eisers homoseksuele gerichtheid en de daaruit volgende problemen zijn niet geloofwaardig geacht. Eiser heeft hierover namelijk oppervlakkig, wisselend en onvoldoende inzichtelijk verklaard.
5. Eiser voert het volgende aan. De verklaring van onderzoek over de geboorteakte van eiser is inhoudelijk niet inzichtelijk. Onduidelijk is hoe de verschijningsvorm van dit document afwijkt van andere Gambiaanse geboorteakten. Verweerder heeft dan ook niet voldaan aan zijn vergewisplicht. Eiser verkeert verder in bewijsnood, omdat er geen contra-expertise mogelijk is. Daarnaast heeft verweerder ten onrechte de homoseksuele gerichtheid van eiser ongeloofwaardig geacht. Bij deze beoordeling heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiser: hij is afkomstig van een eiland met 2000 bewoners ( [eiland] ), had geen toegang tot internet of een bibliotheek en is als 14-jarig kind vertrokken uit Gambia. Ook heeft eiser, anders dan verweerder meent, niet wisselend, summier en oppervlakkig verklaard over zijn seksuele gerichtheid en zijn relatie met [naam 1] . Verder gaat eiser in Nederland naar diverse bijeenkomsten en Pride Parades. Dit heeft verweerder onvoldoende in het voordeel van eiser betrokken. Eiser wijst op foto’s, brieven van COC en LGBT Asylum Support en een WhatsApp-gesprek met zijn gemachtigde. Verder heeft eiser in beroep een rapport van LGBT Asylum Support overgelegd. De gemeenschap op [eiland] is te weten gekomen dat eiser een homoseksuele gerichtheid heeft en zal hem straffen volgens de sharia. Ten onrechte heeft verweerder geen risico op schending van artikel 3 van Pro het EVRM [3] aangenomen bij terugkeer.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Beroep tegen het niet-tijdig beslissen
6. Ter zitting heeft eiser het beroep voor zover dat ziet op het niet-tijdig beslissen ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan tot het veroordelen van verweerder in de proceskosten. [4]
7. Nu tussen partijen niet in geschil is dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en pas na deze overschrijding een besluit op de asielaanvraag is genomen, zal de rechtbank verweerder veroordelen in de proceskosten van eiser voor het beroep tegen het niet-tijdig beslissen.
Beroep tegen het bestreden besluit
Identiteit
8. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling [5] dat verweerder in beginsel ervan uit mag gaan dat een verklaring van onderzoek van Bureau Documenten van verweerder op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. [6] Dat laat echter onverlet dat zich situaties kunnen voordoen waarin de vergewisplicht van verweerder als bedoeld in artikel 3:2 van Pro de Awb meebrengt dat hij moet nagaan hoe Bureau Documenten tot zijn conclusies is gekomen. In die situaties kan verweerder niet volstaan met een verwijzing naar de conclusies van de verklaring van onderzoek, maar zal hij nader invulling moeten geven aan zijn vergewisplicht. Dit kan hij bijvoorbeeld doen door zelf de onderliggende stukken van de desbetreffende verklaring van onderzoek in te zien. Ook kan verweerder Bureau Documenten nader bevragen over de totstandkoming van de conclusies. Op deze wijze kan hij controleren of een verklaring van onderzoek van Bureau Documenten op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten.
9. De bevindingen van Bureau Documenten over de geboorteakte zijn duidelijk en de conclusies sluiten daarop aan. Eiser biedt onvoldoende aanknopingspunten voor twijfel aan de bevindingen van Bureau Documenten. De vergewisplicht strekt niet zover dat verweerder tot in detail inzichtelijk moet maken hoe Bureau Documenten tot zijn conclusie is gekomen. Daarom hoeft in de verklaring van onderzoek niet te worden opgenomen op welk punt het document afwijkt en welk referentiemateriaal is gebruikt. Het gaat immers om vertrouwelijke informatie waarbij het verder inzichtelijk maken zou betekenen dat de details van het onderzoek openbaar moeten worden gemaakt waarmee vervalsers vervolgens hun voordeel kunnen doen. Verder heeft verweerder in beroep een vergewisbrief overgelegd, waaruit blijkt dat verweerder TOELT [7] heeft ingeschakeld om de onderliggende stukken van de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten in te zien en dat aan de hand daarvan geconcludeerd is dat de verklaring van onderzoek inhoudelijk inzichtelijk is. Verweerder heeft hiermee voldaan aan zijn vergewisplicht.
10. Eiser heeft ook geen (andersluidende) contra-expertise overgelegd. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat sprake is van bewijsnood, omdat een contra-expertise niet mogelijk is. De enkele door eiser overgelegde e-mail, waarin dr. [naam 2] heeft verklaard dat hij geen onderzoek doet naar authenticiteit van Gambiaanse documenten en ook niemand kent die dit wel doet, is daartoe onvoldoende.
Referentiekader
11. Eiser wordt niet gevolgd in zijn betoog dat verweerder bij de besluitvorming onvoldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser. In het voornemen heeft verweerder over het referentiekader onder meer overwogen dat eiser is opgegroeid in een klein dorp in Gambia waar niet veel bekend is over homoseksualiteit, dat hij de basisschool heeft afgerond, dat hij inmiddels acht jaar in Europa is en dat hij verklaart zich comfortabel te voelen om op een open wijze over zijn homoseksuele gerichtheid te spreken. Ook heeft verweerder het referentiekader van eiser kenbaar betrokken bij het bestreden besluit. In het bestreden besluit heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat hoewel eiser niet veel opleiding heeft genoten en hij uit een afgelegen gebied komt, dit niet betekent dat van hem geen persoonlijke en gedetailleerde verklaringen verwacht mogen worden over zijn seksuele gerichtheid. Daarbij heeft verweerder terecht betrokken dat eiser heeft verklaard goed te kunnen spreken over zijn seksuele gerichtheid, lange tijd in Europa heeft verbleven waardoor hij de mogelijkheid had om meer onderzoek te doen naar zijn seksuele gerichtheid en dat ook uit het medisch advies niet is gebleken dat eiser vanwege zijn afkomst niet (goed) kan spreken over zijn seksuele gerichtheid. Verder heeft verweerder terecht bij het bestreden besluit betrokken dat eiser ten tijde van het nader gehoor meerderjarig was. Verweerder heeft mogen overwegen dat het feit dat eiser ten tijde van zijn vertrek uit Gambia minderjarig was, niet betekent dat geen eenduidige verklaringen van hem mogen worden verwacht. Verweerder heeft eiser tijdens het gehoor voldoende in de gelegenheid gesteld om over zijn seksuele gerichtheid te verklaren en heeft herhaaldelijk doorgevraagd naar eisers persoonlijke beleving en gevoelens. Dat eiser vanwege zijn afkomst belemmeringen heeft ervaren tijdens het gehoor, is niet aannemelijk geworden.
Homoseksuele gerichtheid
12. Verweerder heeft de homoseksuele gerichtheid van eiser niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Daartoe is het volgende redengevend.
13. Verweerder heeft terecht tegengeworpen dat eiser wisselend heeft verklaard over het moment dat hij besefte wat homoseksualiteit is en dat hij een homoseksuele gerichtheid heeft. De stelling van eiser dat hij tijdens het nader gehoor de tegenwoordige en verleden tijd door elkaar heeft gehaald, heeft verweerder daarvoor onvoldoende uitleg kunnen achten. Daarnaast heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat eiser met de verklaringen over de bebloede onderbroek niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij zich daardoor realiseerde dat hij op mannen valt. Ten aanzien van het nat worden van eisers broek/stoel heeft verweerder kunnen overwegen dat eiser niet heeft kunnen uitleggen waarom dit maakt dat eiser een homoseksuele gerichtheid heeft. Ook in beroep heeft eiser die uitleg niet gegeven. De enkele stelling van eiser dat zijn broek/stoel nat wordt als hij zich aangetrokken voelt tot een man is onvoldoende. Verder heeft verweerder de verklaringen van eiser over wat hij geleerd heeft in Europa over homoseksualiteit en wat dit met hem deed niet inzichtelijk kunnen achten. Verweerder heeft van eiser op dit punt uitgebreidere verklaringen mogen verwachten. In beroep stelt eiser dat sprake was van een proces, maar verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat eiser onvoldoende heeft verklaard over dit proces. Eiser stelt onderzoek op internet te hebben gedaan, maar hij maakt hiermee niet inzichtelijk wat hij te weten kwam en wat dit met hem deed. Ten aanzien van eisers geloof in de islam heeft verweerder van eiser mogen verlangen dat hij inzichtelijk maakt hoe eisers seksuele gerichtheid zich daarmee verhoudt. Eiser wordt niet gevolgd in zijn stelling dat verweerder daarmee onmogelijke dingen van eiser verwacht. Verweerder heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat eiser op dit punt summier en oppervlakkig heeft verklaard.
14. Ook de verklaringen van eiser over zijn relatie(s) heeft verweerder onvoldoende kunnen achten. Verweerder heeft daartoe niet ten onrechte overwogen dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe de seksuele relatie met [naam 1] is ontstaan en wat dit met eiser deed. Daarnaast heeft verweerder de verklaringen van eiser over wat hij leuk vond aan [naam 1] oppervlakkig kunnen achten. Dat eiser stelt dat veel mensen net zoals eiser niet verder komen dan steekwoorden maakt dat niet anders.
15. Verder heeft verweerder bij de beoordeling betrokken dat eiser diverse Prides en andere evenementen heeft bijgewoond, maar verweerder heeft daarover kunnen overwegen dat dit onvoldoende is om de homoseksuele gerichtheid aannemelijk te achten. Verweerder heeft terecht opgemerkt dat deze evenementen niet voorbehouden zijn aan mensen met een homoseksuele gerichtheid en daarom is terecht belang gehecht aan verklaringen over wat het gaan naar deze evenementen doet met eiser. Deze verklaringen heeft verweerder niet ten onrechte oppervlakkig en summier geacht. Over de door eiser overgelegde verklaringen van derden, waaronder de verklaring van COC, heeft verweerder kunnen overwegen dat hieraan onvoldoende gewicht toekomt gelet op de ongeloofwaardige verklaringen van eiser over zijn persoonlijke beleving van zijn geaardheid.
16. De toegedichte homoseksuele gerichtheid heeft verweerder ook niet aannemelijk hoeven achten. Anders dan eiser stelt, heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat eiser vaag heeft verklaard over wie er precies achter is gekomen dat eiser homoseksueel zou zijn en hoe de mensen uit het dorp van eiser achter de sociale media-accounts van eiser zijn gekomen. Ook heeft verweerder terecht overwogen dat de gestelde omstandigheden van horen zeggen zijn en niet gebaseerd zijn op objectieve en verifieerbare bronnen.
17. In het rapport van LGBT Asylum Support heeft verweerder niet ten onrechte geen aanleiding gezien om zijn geloofwaardigheidsoordeel te wijzigen. Allereerst heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat het rapport geen deskundigenrapport is maar een alternatieve wijze van beoordelen van de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiser. Het betreft een rapport van een derde met een eigen oordeel over de door de vreemdeling afgelegde verklaringen waaraan slechts beperkt gewicht hoeft te worden toegekend. [8] Verweerder stelt zich daarnaast terecht op het standpunt dat het feit dat de opsteller van het rapport tot een andere uitkomst komt, niet betekent dat de door verweerder gemaakte geloofwaardigheidsbeoordeling ondeugdelijk is. Daarbij heeft verweerder terecht overwogen dat het herhalen van de verklaringen van eiser niet tot een andere uitkomst van de geloofwaardigheidsbeoordeling leidt, nu daarmee geen nieuw inzicht in de situatie van eiser wordt gegeven. Voor zover in het rapport wordt betoogd dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft dat rekening is gehouden met het referentiekader van eiser, verwijst de rechtbank naar wat zij onder 11 heeft overwogen.
Conclusie
18. Eiser krijgt een vergoeding van zijn proceskosten omdat hij terecht beroep heeft ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 453,50, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht).
19. Het beroep gericht tegen het bestreden besluit is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling in het beroep voor zover het gericht is tegen het bestreden besluit
bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit ongegrond;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50 (
Deze uitspraak is gedaan op 2 mei 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Zaaknummers NL22.15926, NL23.23917 en NL23.33562.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.
4.Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb.
5.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1764
7.Team Onderzoek en Expertise Land en Taal.
8.In deze zin ook de rechtspraak van de Afdeling, onder meer de uitspraak van 19 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1508, overweging 3.3.