ECLI:NL:RBDHA:2025:7372
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring en zicht op uitzetting naar Marokko
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 28 februari 2025 door de minister van Asiel en Migratie is opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 12 maart 2025 getoetst en richt zich nu op de periode daarna.
De rechtbank overweegt dat er in het algemeen zicht is op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn, mede gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het concrete geval is de laissez passer-aanvraag van 18 februari 2025 nog in behandeling bij de Marokkaanse autoriteiten. Het uitblijven van een reactie na twee maanden betekent niet dat het zicht op uitzetting ontbreekt, aangezien het lp-traject doorgaans meerdere maanden duurt. Eiser heeft onvoldoende meegewerkt aan het uitzettingsproces, wat ook blijkt uit zijn verklaring tijdens het vertrekgesprek.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder voldoende voortvarend handelt, zoals blijkt uit rappelleringen op 20 maart en 10 april 2025 en het vertrekgesprek op 2 april 2025. De rechtbank is ambtshalve gehouden de rechtmatigheid van de maatregel te toetsen en ziet geen grond om het voortduren onrechtmatig te achten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.