Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 14 januari 2023. De rechtbank had eerder een termijn van zestien weken opgelegd aan de minister om alsnog te beslissen, maar deze is verstreken zonder besluit.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Gelet op de overschrijding van de maximale beslistermijn van 21 maanden, past de rechtbank een kortere termijn toe van vier weken na een nader gehoor op 27 november 2024. De minister wordt opgedragen binnen deze termijn een besluit te nemen.
Indien de minister niet binnen de gestelde termijn beslist, moet zij een dwangsom van € 100 per dag betalen, met een maximum van € 7.500. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50.
De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier M.A. Postma, en is zonder zitting uitgesproken. De minister wordt hiermee verplicht om binnen de opgelegde termijn alsnog een besluit te nemen op de asielaanvraag.