Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer 1] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
[eiseres] , V-nummer: [v-nummer 2] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2]
Rechtbank Den Haag
Eisers, Moldavische asielzoekers met minderjarige kinderen, dienden op 29 augustus 2024 asielaanvragen in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie nam deze niet in behandeling omdat België verantwoordelijk is volgens het Dublin-verdrag. Eisers voerden aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege tekortkomingen in het Belgische asiel- en opvangsysteem, onderbouwd met rapporten en jurisprudentie.
De rechtbank oordeelde dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat België structurele tekortkomingen vertoont die een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro opleveren, zoals vereist volgens het arrest Jawo. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken en het AIDA-rapport, waarin wordt erkend dat er opvangproblemen zijn, maar dat deze niet de hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. Bovendien is er opvang beschikbaar voor gezinnen en kwetsbaren.
Eisers stelden ook dat België het recht op een eerlijk proces schendt door het niet uitvoeren van gerechtelijke uitspraken over opvang en het ontbreken van effectieve klachtenmogelijkheden. De rechtbank vond hiervoor geen aanwijzingen en wees op de garantie van gratis rechtsbijstand in België. Het beroep werd ongegrond verklaard en de besluiten van de minister bleven in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.