ECLI:NL:RBDHA:2025:7236
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bij energietoeslag
Eiser diende een aanvraag in voor energietoeslag die aanvankelijk door het college van burgemeester en wethouders van Delft werd afgewezen. Na bezwaar en beroep besloot het college op 5 november 2024 alsnog om de energietoeslag toe te kennen voor de jaren 2022 en 2023.
Eiser verzocht vervolgens de rechtbank om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, omdat de besluitvorming meer dan twee jaar in beslag nam. De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn met vier maanden was overschreden, vooral in de rechterlijke fase, en kende een vergoeding van €500 toe.
Daarnaast vroeg eiser om immateriële schadevergoeding wegens onrechtmatigheid met opzet, stellende dat het college bewust anders had geoordeeld dan gerechtvaardigd was, wat tot frustratie en stress leidde. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van ernstig geestelijk letsel of een ernstige inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer, en wees dit verzoek af.
De rechtbank veroordeelde de Staat tot betaling van de schadevergoeding wegens termijnoverschrijding en wees het verzoek tot immateriële schadevergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter S.T.H. Janssen op 29 april 2025.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn; het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.