Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. J. Vreijsen).
Samenvatting
.Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Amerikaanse nationaliteit, vroeg asiel aan vanwege bedreigingen door een bende in de VS. De minister wees de aanvraag af omdat de VS als veilig land van herkomst wordt beschouwd en eiser niet aannemelijk maakte dat hij geen bescherming van autoriteiten kan krijgen.
De rechtbank behandelde het beroep op 26 maart 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende onderzoek en motivering heeft gegeven en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen gaf om het veilige karakter van de VS voor hem persoonlijk te betwisten.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat de beoordeling van een verblijfsstatus op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming niet aan de orde was in deze procedure. Ook het argument dat Oekraïne als land van terugkeer had moeten gelden werd verworpen omdat het terugkeerbesluit de VS als land van terugkeer vaststelt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet de afwijzing van de asielaanvraag in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.