ECLI:NL:RBDHA:2025:6984
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na vertrek asielzoeker met onbekende bestemming
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, had een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel ingediend die door de minister niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht. De rechtbank beoordeelde het beroep van eiser tegen deze beslissing zonder zitting.
De rechtbank stelde ambtshalve vast dat eiser volgens meldingen van de vreemdelingenpolitie en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers op 7 maart 2025 met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van eiser gaf aan geen contact meer met hem te hebben en niet te weten waar hij verbleef.
Op grond van vaste rechtspraak gaat de rechtbank ervan uit dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt zonder dit kenbaar te maken, geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland. Omdat eiser geen contact meer had met zijn gemachtigde en niet bekend was waar hij verbleef, ontbrak het aan een rechtens te beschermen belang. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.