ECLI:NL:RBDHA:2025:6962

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 april 2025
Publicatiedatum
24 april 2025
Zaaknummer
09/031487-22
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak bedreiging en mishandeling wegens onvoldoende bewijs

Op 16 september 2021 vond een conflict plaats tussen verdachte en meerdere aangevers in een flatwoning te Zoetermeer. Verdachte werd beschuldigd van het uiten van bedreigingen met woorden als "Ik maak jullie allemaal af" en mishandeling door een klap op de wang en het dichtknijpen van de keel van een aangever.

Tijdens de terechtzittingen op 13 april 2023 en 28 maart 2025 ontkende verdachte de beschuldigingen. De rechtbank heeft de verklaringen van de aangevers kritisch gewogen en concludeert dat er onvoldoende overtuigend bewijs is dat verdachte de bedreigingen heeft geuit en de mishandeling heeft gepleegd zoals ten laste gelegd.

De rechtbank twijfelt aan de betrouwbaarheid van de verklaringen vanwege de conflictueuze relatie tussen partijen en het tijdsverloop tussen aangiften, waardoor beïnvloeding niet is uit te sluiten. Gezien deze redelijke twijfel wordt verdachte vrijgesproken.

De benadeelde partijen vorderden schadevergoeding wegens immateriële schade, maar deze vorderingen worden niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte is vrijgesproken. De rechtbank veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten van de verdediging, welke tot op heden nihil zijn vastgesteld.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor bedreiging en mishandeling.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/031487-22
Datum uitspraak: 11 april 2025
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] ,
BRP-adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 13 april 2023 (pro forma) en 28 maart 2025 (inhoudelijke behandeling).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. N.C. Neelis en van wat door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. G. Vermaak naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 16 september 2021 te Zoetermeer, [naam 1] heeft bedreigd met
enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam 1]
dreigend de woorden toe te voegen "Ik maak jullie allemaal af", althans
woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
2
hij op of omstreeks 16 september 2021 te Zoetermeer, [naam 2] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam 2]
dreigend de woorden toe te voegen "Je krijgt vandaag of morgen een
kogel door haar kop heen, net als iedereen hier beneden, ik ga er graag voor zitten",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3
hij op of omstreeks 16 september 2021 te Zoetermeer, [naam 3] heeft mishandeld
door die [naam 3] een klap op zijn wang te geven en/of (vervolgens) de keel van
die [naam 3] vast te grijpen en/of dicht te knijpen;
4
hij op of omstreeks 16 september 2021 te Zoetermeer, [naam 3] heeft bedreigd met
enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam 3]
dreigend de woorden toe te voegen "Ik ga iedereen van de roddelclub
vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
5
hij op of omstreeks 16 september 2021 te Zoetermeer, [naam 4] heeft bedreigd met
enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam 4]
dreigend de woorden toe te voegen "Ik maak iedereen hier dood", althans
woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

3.De bewijsbeslissing

3.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde.
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 750,-.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft namens de verdachte vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. Zij heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat niet kan worden uitgegaan van de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangevers en dat enig ander bewijs ontbreekt.
3.3.
Vrijspraak
De rechtbank is van oordeel dat de ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend zijn bewezen. Zij overweegt hiertoe als volgt.
De verdachte en de aangevers waren op 16 september 2021 allen woonachtig in een flatwoning aan het Jagersbos te Zoetermeer. De aangevers hebben verklaard dat de verdachte op voornoemde datum verschillende bedreigingen naar hen heeft geuit en dat hij tevens één van de aangevers zou hebben mishandeld door hem een klap op zijn wang te geven, hem bij zijn keel vast te grijpen en deze dicht te knijpen. De verdachte heeft bij de politie en op de terechtzitting ontkend de bedreigingen te hebben geuit en de mishandeling te hebben gepleegd.
Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat er op 16 september 2021 onenigheid is geweest tussen de verdachte en de aangevers. Hoewel er vier aangiften van aangevers in het dossier aanwezig zijn, ontbreekt bij de rechtbank de overtuiging dat de verdachte de bedreigingen heeft geuit en de mishandeling heeft gepleegd zoals die zijn tenlastegelegd. Gelet op de conflictueuze situatie tussen de aangevers en de verdachte, twijfelt de rechtbank aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangevers. Tussen de diverse aangiftes onderling ligt relatief veel tijdsverloop; niet uit te sluiten valt dan ook dat de aangevers elkaar, bewust of onbewust, hebben beïnvloed. Tegen die achtergrond kan de rechtbank niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan wat hem ten laste is gelegd.
In een dergelijk geval rest de rechtbank niets anders dan terug te vallen op een grondregel van ons strafrechtelijk systeem: in het geval van redelijke twijfel dient die twijfel in het voordeel van verdachte te worden beslecht en dient hij te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

4.De vordering van de benadeelde partij

[naam 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 350,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
[naam 3] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 1.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
7.1.
Het standpunt van de officier van justitie
Ten aanzien van de benadeelde partij [naam 2] heeft de officier van justitie geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 250,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.
Ten aanzien van de benadeelde partij [naam 3] heeft de officier van justitie geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van
€ 300,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.
7.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen op grond van de door haar bepleite vrijspraak.
7.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen, aangezien de verdachte van de feiten waarop de vorderingen betrekking hebben, zal worden vrijgesproken.
Dit brengt mee dat de benadeelde partijen moeten worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil.

5.De beslissing

De rechtbank:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bepaalt dat de benadeelde partij [naam 2] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
bepaalt dat de benadeelde partij [naam 3] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.
Dit vonnis is gewezen door
mr. F.X. Cozijn, voorzitter,
mr. B.J. van de Griend, rechter,
mr. E.R.F. van Engelen, rechter,
in tegenwoordigheid van V. Grampon, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 april 2025.