ECLI:NL:RBDHA:2025:6854
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende gemotiveerde geloofwaardigheidsbeoordeling bekering
Eiser, een Iraanse staatsburger, vroeg op 18 december 2022 asiel aan in Nederland vanwege zijn bekering tot het Christendom en de daaruit voortvloeiende vervolging in Iran. Verweerder wees de aanvraag af, omdat hij de geloofwaardigheid van de bekering en de problemen met de Iraanse zedenpolitie onvoldoende aannemelijk achtte.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de verklaringen van eiser over zijn geloof en bekering tegenstrijdig zouden zijn. Ook werd onvoldoende rekening gehouden met het procesmatige karakter van zijn bekering en de overgelegde kerkelijke documenten. Daarnaast was de beoordeling van de kennis van het Christendom en het kerkbezoek niet deugdelijk gemotiveerd.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsvereiste van artikel 3:46 Awb Pro en vernietigde het besluit. Verweerder wordt opgedragen een nieuwe, deugdelijke geloofwaardigheidsbeoordeling te maken met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.