Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn gezin. De minister stelde dat de ingebrekestelling niet ontvankelijk was omdat deze per fax was ingediend, terwijl volgens hem alleen post was toegestaan. De rechtbank oordeelt echter dat uit het formulier van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de IND-website blijkt dat de indiening per fax is toegestaan, waardoor de ingebrekestelling geldig is.
De minister had de beslistermijn verlengd tot zes maanden, maar ook deze termijn was inmiddels verstreken. Eiser stelde de minister op 28 augustus 2024 per fax in gebreke. De rechtbank concludeert dat aan de voorwaarden voor beroep is voldaan en verklaart het beroep gegrond. De minister wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €1.442,- voor de reeds verstreken termijn en een dwangsom van €100,- per dag voor toekomstige overschrijdingen, met een maximum van €15.000,-.
Verder legt de rechtbank een termijn op waarbinnen de minister alsnog een besluit moet nemen: acht weken na verzending van de uitspraak, met een mogelijke verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd. Ook wordt de minister veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter J.W.M. Bunt.