De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een driejarige minderjarige in een voorziening voor pleegzorg. De minderjarige verblijft sinds september 2024 uit huis, onder toezicht gesteld tot september 2025. De moeder woont inmiddels op Aruba en wil de zorg voor haar kind overnemen, maar haar opvoedvaardigheden en woonomstandigheden zijn nog onvoldoende duidelijk.
Tijdens de zitting was de moeder afwezig, maar haar advocaat gaf aan dat zij stabiel is, een vaste partner en huisvesting heeft en zo snel mogelijk de zorg wil overnemen. De gecertificeerde instelling ondersteunt een termijn van zes maanden om het onderzoek naar de opvoedbehoeften en de situatie op Aruba af te ronden. De grootmoeder moederszijde, die momenteel voor de minderjarige zorgt, steunt dit verzoek en kan de zorg voortzetten.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De machtiging wordt verleend van 25 maart 2025 tot 25 september 2025 en de beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het onderzoek naar de mogelijkheden voor terugkeer naar de moeder op Aruba zal met voortvarendheid worden voortgezet.