ECLI:NL:RBDHA:2025:6549
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortzetting maatregel van bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie heeft op 27 februari 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, een Tunesische vreemdeling. Eiser stelde beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank had deze maatregel reeds getoetst in een eerdere uitspraak van 20 maart 2025, waarbij de bewaring tot dat moment rechtmatig werd bevonden.
De rechtbank beoordeelde nu of de voortzetting van de bewaring na 14 maart 2025 rechtmatig is. Eiser betoogde dat de detentie te lang duurt, verwijzend naar artikel 9, eerste lid, van de Opvangrichtlijn en een eerdere uitspraak waarin een detentie van tien weken als te lang werd beschouwd. De rechtbank oordeelde echter dat de bewaring niet langer duurt dan noodzakelijk, mede omdat de Vreemdelingenwet een wettelijke limiet van maximaal drie maanden verlenging van bewaring kent indien de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft.
Verder stelde de rechtbank vast dat de minister zich heeft ingespannen om de behandeling van het beroep met voorrang te laten plaatsvinden, maar dat organisatorische redenen bij de rechtbank dit verhinderden. De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig blijft en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.