ECLI:NL:RBDHA:2025:6545
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring beroep tegen plaatsing in ROV-kamer en intrekking, schadevergoeding toegekend
Eiser was vier dagen onrechtmatig geplaatst in een ROV-kamer op de Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen. Hij stelde beroep in tegen dit plaatsingsbesluit en vroeg een schadevergoeding van €100 per dag. Het COa trok het plaatsingsbesluit in en bood een schadevergoeding van €15 per dag aan, wat eiser betwistte.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het plaatsingsbesluit en het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk omdat eiser geen belang meer had bij behandeling van deze besluiten. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van vrijheidsontneming bij plaatsing in de ROV-kamer, ondanks de door eiser ondertekende consequentieverklaring die anders suggereerde.
De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat de schadevergoeding moest aansluiten bij bedragen die gelden bij vrijheidsontneming. Wel stelde de rechtbank vast dat het door het COa aangeboden bedrag te laag was en sloot zij aan bij het bij onrechtmatige HTL-plaatsing gehanteerde bedrag van €25 per dag. Het COa werd veroordeeld tot een schadevergoeding van €100 en een proceskostenvergoeding van €2.721 aan eiser.
Uitkomst: Beroepen niet-ontvankelijk verklaard, COa veroordeeld tot schadevergoeding van €100 en proceskostenvergoeding van €2.721.