Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
[naam 1] heeft mishandeld door de arm en/of hand van die [naam 1] vast te pakken en
vervolgens (op haar rug) te (ver)draaien,
terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een scheur in de spierbuik van de supraspinatuspees en/of beschadiging van spieren in de bovenarm/schouder ten gevolge heeft gehad.
3.De bewijsbeslissing
Van mijn rechterschouder is een pees gescheurd. De spieren zijn ook beschadigd. lk doe aangifte tegen [verdachte] , een collega die mij het letsel heeft toegebracht. Ik ben ernstig beperkt in het huishouden en mijn dagelijkse bezigheden.
Na het afleggen van mijn eerdere verklaring is mijn pijn toegenomen. Mijn medicatie is verder opgevoerd. Ik heb ook een cortizone prik gehad in mijn schouder. Uiteindelijk ben ik geopereerd.
Nadat [verdachte] zich los had gerukt deed ik een stap terug. Vervolgens kwam hij op mij af. Hoe hij het gedaan heeft weet ik niet maar hij pakte mij bij mijn rechterarm en draaide mijn arm op mijn rug. Hij riep daarbij “Niet ik maar jij bent aangehouden.” Hij drukte mij naar beneden terwijl mijn arm op mijn rug was gedraaid.
Uiteindelijk is patiënte geopereerd d.d. 28-09-2022 waarbij een arthroscopie van de rechter schouder heeft plaatsgevonden en een bicepstenotomie is verricht. Er is een niet te repareren scheur in de spierbuik van de supraspinatuspees gevonden, welke derhalve niet verholpen kon worden. Patiënte heeft hier persisterende pijnklachten van, ook functioneel is de schouder beperkt. Ik heb haar vanwege de invaliderende pijn inmiddels ook verwezen naar de pijnpoli in het Haga ziekenhuis.
[naam 1] heeft mishandeld door de arm van die
[naam 1]vast te pakken en
vervolgens op haar rug te draaien,
terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een scheur in de spierbuik van de supraspinatuspees ten gevolge heeft gehad.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
50 (VIJFTIG) UREN;
25 (VIJFENTWINTIG) DAGEN;