ECLI:NL:RBDHA:2025:6037
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker naar Polen wegens schending Dublinverordening
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen en hem over te dragen aan Polen, op grond van het Dublinstelsel. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening en stelde vast dat recente ontwikkelingen in Polen, waaronder een wet die het recht op asielaanvraag opschort en uitlatingen van de Poolse premier over het niet naleven van de Dublinverordening, relevant en objectief bewijs vormen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de minister deze informatie niet voldoende heeft betrokken in zijn besluitvorming en dat de minister het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zonder meer kan toepassen zonder rekening te houden met deze feiten. Daarom werd het onderzoek in de bodemprocedure heropend en het bestreden besluit geschorst.
De voorzieningenrechter bepaalde dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Polen totdat op het beroep is beslist en veroordeelde de minister tot betaling van de proceskosten van verzoeker. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt geschorst en verzoeker mag niet worden overgedragen aan Polen totdat op het beroep is beslist.