Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1] , geboren op [geboortedatum 1] , van Marokkaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer] , eiser
Rechtbank Den Haag
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eiser tegen het opleggen van een zwaar inreisverbod en een besluit tot signalering voor de duur van tien jaar. Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd eerder veroordeeld en kreeg een ISD-maatregel opgelegd. De minister legde het zware inreisverbod op vanwege het gevaar dat eiser vormt voor de openbare orde en veiligheid.
De rechtbank overweegt dat het persoonlijk gedrag van eiser een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. Dit wordt onderbouwd door de gepleegde vijftien misdrijven, waaronder geweldsdelicten, en het feit dat eerdere hulpverlening niet effectief was. De rechtbank wijst de stellingen van eiser dat zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende zijn meegewogen en dat zijn gedrag is verbeterd af, omdat deze niet concreet zijn onderbouwd.
Ook wordt geoordeeld dat het inreisverbod geen schending vormt van artikel 8 EVRM Pro, aangezien eiser geen privé- of familieleven in Nederland heeft en contact met familie in andere landen via telefoon kan onderhouden. De rechtbank bevestigt dat eiser kan terugkeren naar Marokko en dat het terugkeerbesluit geldig blijft.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt op 7 april 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van het zwaar inreisverbod en de signalering voor tien jaar wordt ongegrond verklaard.