Eiser, van Somalische nationaliteit, vroeg asiel aan met het verhaal dat hij uit Jilib, Zuid-Somalië komt en problemen had met Al-Shabaab. De minister wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardige herkomstverklaring en onvoldoende bewijs. De rechtbank bevestigt dit oordeel na beoordeling van de verklaringen, een taalanalyse en een geboorteakte.
De minister achtte de identiteit geloofwaardig, maar niet de herkomst. De verklaringen van eiser over zijn woonomgeving waren algemeen en deels onjuist. De taalanalyse toonde aan dat zijn Somalisch dialect niet overeenkomt met dat van Zuid-Somalië, maar met Noord-Somalië. Eiser kon dit niet overtuigend weerleggen.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht geen rekening hoefde te houden met de geboorteakte als bewijs van verblijf na geboorte. Ook is vastgesteld dat de minister voldoende rekening hield met het referentiekader van eiser, die moeite heeft met tijds- en geografische aanduidingen. De problemen met Al-Shabaab zijn niet geloofwaardig omdat de herkomst niet aannemelijk is.
De rechtbank concludeert dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is en bevestigt het terugkeerbesluit met een inreisverbod van twee jaar. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter H. Hanssen - Telman.