ECLI:NL:RBDHA:2025:556
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 17 januari 2024. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 17 juli 2024 eindigen, maar is verlengd met negen maanden door de inwerkingtreding van WBV 2023/26, waardoor de termijn verlengd is tot 17 april 2025.
De rechtbank heeft geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is, omdat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet zich voordeed. De ingebrekestelling van 22 juli 2024 was daarom te vroeg, omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.
Hierdoor is het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert op 15 januari 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.