ECLI:NL:RBDHA:2025:556

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 januari 2025
Publicatiedatum
17 januari 2025
Zaaknummer
NL24.31579
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 lid 4 sub b Vreemdelingenwet 2000WBV 2023/26
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 17 januari 2024. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 17 juli 2024 eindigen, maar is verlengd met negen maanden door de inwerkingtreding van WBV 2023/26, waardoor de termijn verlengd is tot 17 april 2025.

De rechtbank heeft geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is, omdat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet zich voordeed. De ingebrekestelling van 22 juli 2024 was daarom te vroeg, omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.

Hierdoor is het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert op 15 januari 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.31579

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 11 augustus 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 17 januari 2024.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eiser heeft op 17 januari 2024 een asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in geval van eiser op 17 juli 2024 eindigen. Verweerder heeft met de inwerkingtreding van de WBV 2023/26 [2] de beslistermijn verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eiser pas op 17 april 2025 zal eindigen. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van de meervoudige kamer van 20 november 2024 [3] geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van de WBV 2023/26 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. [4] De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. Deze verlenging is daarom rechtsgeldig. Dat betekent dat op het moment van de ingebrekestelling de beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor de ingebrekestelling van 22 juli 2024 te vroeg is ingediend. Daarom is het beroep van eiser tegen het uitblijven van een besluit op zijn asielaanvraag kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 15 januari 2025 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van A.A.M. Mangroe, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Besluit van 27 december 2023, nummer WBV 2023/26, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2024 nr. 473.
4.Vreemdelingenwet 2000.