Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent);
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij referent. De aanvraag werd ingediend op 19 september 2023 en verweerder had uiterlijk 18 maart 2024 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke en diende vervolgens tijdig beroep in.
Verweerder voerde aan dat het FIFO-principe wordt gehanteerd voor de behandeling van nareisaanvragen en verzocht om aanhouding van de behandeling van het beroep of om een ruime beslistermijn en verlaging van de dwangsom. De rechtbank wees dit verzoek af omdat aanhouding niet past bij de aard van het rechtsmiddel en verweerder geen overmacht aannemelijk maakte.
De rechtbank oordeelde dat de situatie van aanvragen om gezinshereniging bij houders van asielvergunningen een bijzonder geval vormt, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken kan worden opgelegd. De rechtbank legde een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Verder stelde de rechtbank een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 vast en veroordeelde verweerder tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442, proceskosten van €453,50 en vergoeding van het griffierecht van €184 aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn en dwangsom op aan verweerder voor het niet tijdig beslissen.