ECLI:NL:RBDHA:2025:5381
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis en artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard.
De rechtbank wijst het verzoek van de minister af om het beroep aan te houden, omdat dit de prikkel voor tijdige besluitvorming wegneemt. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van acht weken op, met een verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek nodig is en dit schriftelijk aan eiser wordt meegedeeld.
Daarnaast stelt de rechtbank een bestuurlijke dwangsom vast van € 1.442,-, omdat de minister al 42 dagen te laat is. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister moet binnen acht weken alsnog een besluit nemen en een bestuurlijke dwangsom betalen bij overschrijding.