De rechtbank Den Haag heeft op 28 maart 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is op 10 december 2024 opgelegd en eerder getoetst bij uitspraak van 13 januari 2025.
De rechtbank beoordeelt in deze procedure of het voortduren van de maatregel sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 7 januari 2025 onrechtmatig is. Eiser heeft geen nieuwe gronden aangevoerd tegen het voortduren van de bewaring en verwijst naar het eerdere oordeel van de rechtbank. De rechtbank ziet geen aanleiding om het voortduren van de maatregel als onrechtmatig te beschouwen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.J.H. Boerhof en griffier I.S. Pruijn en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.