ECLI:NL:RBDHA:2025:5236
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen oplegging zwaar inreisverbod van tien jaar wegens ernstig zedendelict
Eiser, een Venezolaanse staatsburger, is veroordeeld tot 40 maanden gevangenisstraf wegens seksueel misbruik van zijn stiefdochter. Na intrekking van zijn verblijfsvergunningen en het opleggen van een terugkeerbesluit, heeft de minister een zwaar inreisverbod van tien jaar opgelegd. Eiser betwist de ernst van zijn gedragingen en voert aan dat de minister onvoldoende heeft getoetst aan artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank heeft op 31 januari 2025 het beroep behandeld en overweegt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat het gedrag van eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde. De minister heeft de aard en ernst van het strafbare feit, de gevolgen voor de samenleving en de persoonlijke omstandigheden van eiser meegewogen. Het ontkennen van het misdrijf en het ontbreken van aanwijzingen voor gedragsverbetering ondersteunen dit oordeel.
Daarnaast is geoordeeld dat de minister de toetsing aan artikel 8 EVRM Pro voldoende heeft verricht. De banden van eiser met Nederland zijn sinds intrekking van zijn verblijfsrecht in 2017 onvoldoende significant, en zijn huidige relatie is niet onderbouwd. De minister mag eisen dat eiser zijn gezinsleven anders vormgeeft gezien het belang van de openbare orde.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst verzoek om vergoeding van proceskosten af. Het terugkeerbesluit blijft van kracht en het inreisverbod wordt gehandhaafd voor tien jaar.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van het zware inreisverbod van tien jaar wordt ongegrond verklaard.