ECLI:NL:RBDHA:2024:10930
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvullend terugkeerbesluit en inreisverbod voor Venezolaanse vreemdeling
Eiser, een Venezolaanse vreemdeling, kreeg op 3 april 2024 een aanvullend terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Eiser stelde beroep in tegen beide besluiten, stellende dat het aanvullende terugkeerbesluit in strijd is met het EVRM en de Terugkeerrichtlijn, en dat de belangenafweging onvoldoende was gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat het oorspronkelijke terugkeerbesluit van 23 oktober 2017, met uitwerking in het bezwaarbesluit van 30 juli 2021, reeds duidelijk het land van terugkeer (Venezuela) vermeldde, waarmee het aanvullende terugkeerbesluit juridisch geen zelfstandige rechtsgevolgen heeft. Hierdoor is de rechtbank onbevoegd om het beroep tegen het aanvullende terugkeerbesluit te behandelen.
Ten aanzien van het inreisverbod stelde de rechtbank vast dat eiser geen omstandigheden had aangevoerd die het opleggen van het inreisverbod zouden moeten verhinderen. De minister had het besluit voldoende gemotiveerd, rekening houdend met het gezinsleven van eiser en het sanctiedoel van het inreisverbod. Het beroep tegen het inreisverbod werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wees het verzoek om vergoeding van proceskosten af en informeerde over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd ten aanzien van het aanvullend terugkeerbesluit en verklaart het beroep tegen het inreisverbod ongegrond.