ECLI:NL:RBDHA:2025:488
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure
Eiseres, van Algerijnse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de aanvraag op grond van het Dublinverdrag.
De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting en stelde vast dat eiseres op of omstreeks 18 november 2024 met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde had op 22 november 2024 aangegeven geen contact meer te hebben met eiseres. Hierdoor werd aangenomen dat eiseres geen prijs meer stelde op de bescherming en op een inhoudelijke beoordeling van haar beroep.
De rechtbank concludeerde dat eiseres geen procesbelang meer had en verklaarde het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Tevens wees de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening af en kende geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.