ECLI:NL:RBDHA:2025:4879
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling Malinese nationaliteit
De minister heeft op 24 oktober 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, van Malinese nationaliteit. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep behandeld op 21 maart 2025 en het onderzoek gesloten zonder eiser te horen, vanwege het ontbreken van een tolk en het niet willen meedelen van eiser.
De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel vanaf 14 februari 2025, het moment van het sluiten van het vorige onderzoek. Eiser voerde aan dat de minister niet voortvarend handelt en dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting, met recente vertrekgesprekken en rappels aan de Malinese en Gambiaanse autoriteiten. Er is geen reden om aan te nemen dat de Gambiaanse autoriteiten geen medewerking verlenen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.