Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent);
€ 187 (honderdzevenentachtig euro) moet vergoeden.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis van zijn echtgenote en twee kinderen. Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moeten beslissen, met een verlenging van drie maanden, maar heeft dit niet gedaan. Eiser stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in.
Verweerder voerde aan dat de aanvraag volgens het FIFO-principe pas in september 2025 in behandeling wordt genomen en verzocht om aanhouding van het beroep of een ruime beslistermijn met een lage dwangsom. De rechtbank wees dit af en oordeelde dat het beroep niet kan worden aangehouden vanwege de aard van het rechtsmiddel en het ontbreken van overmacht.
De rechtbank stelde vast dat het niet tijdig beslissen een besluit gelijkstaat en dat bij aanvragen om gezinshereniging sprake is van een bijzonder geval. Daarom werd een nadere beslistermijn van acht weken opgelegd, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens werd een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 vastgesteld. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen, proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken te beslissen onder oplegging van een dwangsom bij overschrijding.