ECLI:NL:RBDHA:2025:4816
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens ontbreken benodigde informatie voor ZW-uitkering
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een Ziektewet-uitkering. Verweerder had de uitkering geweigerd omdat verzoekster niet de benodigde informatie had verstrekt om de aanvraag te beoordelen, met name inzake de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG).
Tijdens de zitting bleek dat verzoekster de VOG-aanvraag had ingetrokken en niet had toegelicht waarom zij na voortzetting van de arbeidsovereenkomst geen nieuwe aanvraag had gedaan. De kantonrechter had eerder geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst was geëindigd wegens het niet overleggen van een VOG, maar het proeftijdontslag was ingetrokken waardoor de arbeidsovereenkomst was voortgezet.
Verzoekster gaf geen inhoudelijke antwoorden op de vragen van verweerder over de VOG-aanvraag. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder terecht de uitkering had geweigerd omdat de benodigde informatie ontbrak. Gezien het ontbreken van de gevraagde gegevens en het oordeel van de kantonrechter, verwacht de voorzieningenrechter dat het bestreden besluit in bezwaar standhoudt en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster niet de benodigde informatie heeft verstrekt voor beoordeling van haar ZW-uitkering.