ECLI:NL:RBDHA:2025:474
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig besluit vreemdelingenmachtiging nareis met oplegging dwangsommen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn echtgenote en dochters. De rechtbank heeft het verzoek om griffierechtvrijstelling wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 28 juli 2023 en verweerder had uiterlijk op 26 januari 2024 moeten beslissen, maar heeft dit nagelaten. Eiser stelde verweerder op 23 februari 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 13 maart 2024 beroep in, dat tijdig werd geacht.
De rechtbank acht het beroep gegrond en stelt een nadere beslistermijn van acht weken na verzending van deze uitspraak, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens legt zij een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 en veroordeelt verweerder tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €453,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder moet binnen acht weken een besluit nemen en betaalt dwangsommen en proceskosten aan eiser.