ECLI:NL:RBDHA:2025:4686
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit nareis asiel en oplegging dwangsom
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een houder van een asielvergunning. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 4 april 2024, waarna verweerder de beslistermijn van 90 dagen met drie maanden verlengde, waardoor uiterlijk 3 oktober 2024 een besluit had moeten volgen. Deze termijn is verstreken zonder besluit, waarna de referent op 4 oktober 2024 rechtsgeldig in gebreke werd gesteld. Het beroep is op 6 februari 2025 tijdig ingesteld en gegrond verklaard.
De rechtbank oordeelt dat bij aanvragen nareis asiel sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken kan worden opgelegd. Verweerder wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna de termijn twintig weken bedraagt. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding opgelegd, met een maximum van €15.000.
Tot slot veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eisers, vastgesteld op €453,50, vanwege de niet tijdige besluitvorming.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder moet binnen acht weken een besluit nemen en betaalt een dwangsom bij overschrijding.