ECLI:NL:RBDHA:2025:4678
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
De rechtbank overweegt dat Nederland op 12 november 2024 een verzoek tot terugname aan Roemenië heeft gedaan, dat op 14 november 2024 is aanvaard. De minister mag ervan uitgaan dat Roemenië verantwoordelijk is, tenzij eiser concreet kan aantonen dat dit niet juist is.
Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en dat hij onder dwang vingerafdrukken in Roemenië heeft afgegeven, zonder de intentie daar asiel aan te vragen. Ook voerde hij aan dat Roemenië zijn internationale verplichtingen niet nakomt, onder meer door mishandeling en pushbacks.
De rechtbank oordeelt dat het voornemen een voorbereidingshandeling is en dat de minister de zienswijze van eiser heeft betrokken in het besluit. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, en eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro bij overdracht aan Roemenië.
Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard, en de overdracht aan Roemenië blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de overdracht aan Roemenië blijft in stand.