Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Egyptische nationaliteit, diende op 26 november 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser op 9 november 2021 al in Duitsland internationale bescherming had gevraagd. Nederland heeft op grond van artikel 18 van Pro de Dublinverordening Duitsland verzocht om eiser terug te nemen, wat Duitsland op 8 januari 2025 heeft geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat verweerder niet had benoemd dat de Duitse autoriteiten zijn eerdere aanvraag hadden afgewezen en dat het besluit een standaardvoornemen betrof. De rechtbank oordeelde dat Duitsland verantwoordelijk is en dat verweerder uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat dit vertrouwen niet gerechtvaardigd is.
Verder stelde de rechtbank dat verweerder niet verplicht was te onderzoeken waarom de eerdere asielaanvraag in Duitsland was afgewezen, mede gelet op het claimakkoord dat eiser de mogelijkheid biedt een nieuw verzoek in te dienen in Duitsland. Ook het gebruik van standaardoverwegingen in het besluit was niet onzorgvuldig. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.