ECLI:NL:RBDHA:2025:4577
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, een besluit genomen. Eiseres heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden zonder dat een besluit is genomen. De rechtbank legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
Daarnaast wordt vastgesteld dat de minister reeds € 1.442 aan bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd en wordt hij veroordeeld tot betaling hiervan aan eiseres. Ook worden de proceskosten van eiseres vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en openbaar gemaakt op 19 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.