ECLI:NL:RBDHA:2025:4450
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Eisers hebben de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld aan een besluit en is het beroep gegrond. De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 en stelt vast dat de minister reeds €1.442 aan bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd. Tot slot veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eisers à €453,50. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 19 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van dwangsommen.