ECLI:NL:RBDHA:2025:4446
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent met een asielvergunning. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag is ingediend op 6 mei 2024, waarna de minister op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moest beslissen, met een verlenging van drie maanden. De uiterste beslisdatum was 4 november 2024, maar er is geen besluit genomen. Eiseres stelde de minister op 25 november 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 13 januari 2025 het beroep in, tijdig volgens de Awb.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. Gelet op de bijzondere situatie bij aanvragen voor gezinshereniging bij asielvergunninghouders, legt de rechtbank een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak op voor het nemen van een besluit, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Verder bepaalt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag overschrijding van deze termijn. De reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en de minister wordt veroordeeld tot betaling van deze dwangsommen en de proceskosten van €453,50 aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.