ECLI:NL:RBDHA:2025:4436
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Emaus-Visschers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij vertrek asielzoeker
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister had het verzoek afgewezen omdat België verantwoordelijk werd geacht voor de asielaanvraag.
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting omdat dat niet noodzakelijk is. De kern van het oordeel is dat eiser met onbekende bestemming Nederland heeft verlaten en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. Hierdoor ontbreekt het aan procesbelang, omdat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland.
De rechtbank legt uit dat bij vertrek met onbekende bestemming het procesbelang kan vervallen, tenzij er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling nog wel belang heeft. In dit geval is geen contact meer, en dus is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Emaus-Visschers en griffier D.J. Deitz en is openbaar bekendgemaakt op 14 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang door vertrek met onbekende bestemming.