ECLI:NL:RBDHA:2025:4426
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit gezinshereniging asielvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn echtgenote en drie kinderen. De aanvraag werd ingediend op 18 maart 2024, waarbij de minister uiterlijk 16 september 2024 had moeten beslissen. Deze termijn is verstreken zonder besluit.
Eiser stelde de minister rechtsgeldig in gebreke op 25 september 2024 en diende het beroep in op 7 januari 2025, tijdig conform de wettelijke vereisten. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en stelt een termijn van acht weken na verzending van de uitspraak vast waarbinnen de minister een besluit moet nemen. Indien nader onderzoek nodig is en schriftelijk aan eiser wordt meegedeeld, geldt een termijn van twintig weken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 en veroordeelt de minister tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442. Tevens worden de proceskosten van €453,50 en het griffierecht van €194 aan eiser toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 19 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.