ECLI:NL:RBDHA:2025:4400
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een houder van een asielvergunning. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank behandelt de zaak buiten zitting en wijst het beroep gegrond.
De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn van de minister, die uiterlijk op 3 oktober 2024 had moeten verlopen, is overschreden. Eisers hebben de minister op 18 oktober 2024 rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep is tijdig ingediend op 16 januari 2025. De rechtbank stelt een termijn van acht weken na verzending van de uitspraak vast waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Verder legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Ook worden de proceskosten van eisers toegewezen, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en openbaar gemaakt op 19 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.