Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,verweerder
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische jongvolwassene, verzocht om een machtiging voor voorlopig verblijf om bij zijn vader te verblijven. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiser niet onder het jongvolwassenenbeleid valt en er geen sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Eiser had zelfstandig gewoond en voor zichzelf gezorgd, zowel in Syrië als in Turkije, en was niet meer feitelijk onderdeel van het gezin van zijn vader.
Eiser voerde aan dat hij financieel en emotioneel afhankelijk is van zijn vader, mede vanwege psychische klachten sinds de scheiding van zijn gezinsleden, en dat de procedure lang duurt. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. De zelfstandigheid van eiser en het ontbreken van objectief bewijs voor zijn psychische klachten waren doorslaggevend.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser niet onder het jongvolwassenenbeleid valt en dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging voorlopig verblijf is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.