Op 29 april 2022 was verzoeker betrokken bij een verkeersongeval met zijn scooter en een auto bestuurd door een bij ASR verzekerde persoon. Verzoeker stelde ASR aansprakelijk voor de door hem geleden schade, maar ASR erkende geen aansprakelijkheid. Verzoeker vroeg daarom een voorlopig getuigenverhoor om duidelijkheid te krijgen over de toedracht van het ongeval en zijn kansen in een eventuele procedure.
De kantonrechter beoordeelde de absolute bevoegdheid van de kantonrechter op grond van de waarde van de vordering en concludeerde dat deze bevoegd was omdat de vordering waarschijnlijk onder de € 25.000 blijft. Het verzoekschrift voldeed aan de formele eisen en er waren geen gronden voor afwijzing zoals misbruik van recht of strijd met goede procesorde.
Het verzoek tot het horen van verzoeker en een omstander als getuigen werd toegewezen. Tevens werd het verzoek van ASR tot tegenverhoor van drie getuigen, waaronder de bestuurder en inzittenden van de auto, toegewezen. Partijen stemden in met het gelijktijdig houden van het getuigenverhoor en tegenverhoor. De kantonrechter benoemde een rechter-commissaris en bepaalde de locatie en procedure voor het verhoren.
De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2025 en bevatte tevens instructies over de aanwezigheid van partijen en vertegenwoordigers tijdens de verhoren.