Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam 1] en [naam 2] , V-nummers: [v-nummer 1] en [v-nummer 2] , eisers
[naam 3], V-nummer: [v-nummer 3] ,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de minister die hun asielaanvragen niet in behandeling nam omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De minister had Kroatië op 31 januari 2024 verzocht om terugname, wat Kroatië op 14 februari 2024 accepteerde. Eerder waren soortgelijke beroepen reeds ongegrond verklaard en dit oordeel was onherroepelijk.
Eisers voerden aan dat het belang van hun minderjarige kind en medische omstandigheden onvoldoende waren meegewogen, en dat de minister had moeten horen. Zij overlegden een patiëntendossier waaruit problemen met borstvoeding en psychische overbelasting van eiseres zouden blijken. De rechtbank oordeelde dat deze medische omstandigheden pas in beroep werden ingebracht en onvoldoende waren onderbouwd om bijzondere, individuele omstandigheden aan te nemen.
De rechtbank verwees naar het arrest van het Hof van Justitie van 23 januari 2019 en het beleidskader waarin de minister terughoudend is in het toepassen van de hardheidsclausule van artikel 17 Dublinverordening Pro. De rechtbank concludeerde dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die overdracht aan Kroatië onevenredig hard maken. De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard en de asielaanvragen terecht niet in behandeling genomen.
Uitkomst: De beroepen zijn ongegrond verklaard en de asielaanvragen terecht niet in behandeling genomen.