ECLI:NL:RBDHA:2025:4130
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de minister terecht heeft geoordeeld dat Zwitserland verantwoordelijk is. Eiser stelde dat hij meer dan drie maanden aaneengesloten het grondgebied van de lidstaten had verlaten en dat hij onvoldoende gelegenheid had gekregen om hierover te verklaren, mede vanwege het gebruik van een telefonische tolk met een ander dialect.
De rechtbank oordeelde dat de minister op goede gronden aannam dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij langer dan drie maanden buiten het grondgebied van de lidstaten verbleef. Eiser was voldoende in de gelegenheid gesteld om hierover te verklaren tijdens het aanmeldgehoor. Ook was het gebruik van de tolk niet onzorgvuldig en had eiser geen bezwaar gemaakt over de verstaanbaarheid.
Verder werd geoordeeld dat de minister niet verplicht was om de verklaringen van eiser na het aanmeldgehoor alsnog te delen met de Zwitserse autoriteiten, omdat het claimverzoek al eerder was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld en dat overdracht aan Zwitserland kan plaatsvinden.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Zwitserland blijft gehandhaafd.