ECLI:NL:RBDHA:2025:3900
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser diende op 8 november 2024 een asielaanvraag in Nederland in, maar Duitsland bleek verantwoordelijk voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening. De minister nam de aanvraag daarom niet in behandeling. Eiser voerde aan dat Duitsland tekortschiet in opvangvoorzieningen en rechtsbescherming, onderbouwd met AIDA-rapporten en persoonlijke ervaringen van bedreiging en onveilige opvang.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland mag vertrouwen op de naleving van internationale verplichtingen door Duitsland. De aangevoerde tekortkomingen en persoonlijke omstandigheden van eiser zijn onvoldoende om aan te nemen dat hij in Duitsland een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling loopt. Ook is het systeem van rechtsbijstand in Duitsland niet in strijd met Europese richtlijnen.
De rechtbank concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die overdracht aan Duitsland onevenredig hard maken. Het beroep van eiser is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en de uitspraak is gedaan door rechter Heijmans.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.