ECLI:NL:RBDHA:2025:370
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling bij intrekking beroep in vreemdelingenzaak
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument EU/EER, die door verweerder werd afgewezen. Na bezwaar en beroep werd het bezwaar uiteindelijk ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde tegen dit besluit. De rechtbank behandelde het beroep en eiser trok het beroep in met een verzoek tot proceskostenveroordeling omdat verweerder aan zijn beroepsgronden tegemoet was gekomen.
De rechtbank oordeelde dat aan het vereiste van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb was voldaan, omdat verweerder het bestreden besluit had herzien en het bezwaar inhoudelijk had beoordeeld. Echter, omdat eiser tegen het besluit ook beroep had ingesteld in een andere zaak met gelijkluidende gronden, waarvoor reeds een proceskostenveroordeling was uitgesproken, vond de rechtbank een dubbele proceskostenvergoeding niet redelijk.
Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling af en bepaalde dat de gemachtigde van eiser geen recht heeft op vergoeding van proceskosten voor de behandeling van dit beroep. De uitspraak werd gedaan door rechter Griffioen op 9 januari 2025 en is openbaar.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen wegens reeds bestaande proceskostenveroordeling in een gelijkluidende zaak.