ECLI:NL:RBDHA:2025:3690
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel bewaring wegens zicht op uitzetting naar India
De minister van Asiel en Migratie legde op 11 februari 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 25 februari 2025.
Eiser voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting naar India binnen een redelijke termijn, omdat een eerder ingediende aanvraag voor een laissez-passer in 2023 niet tot afgifte heeft geleid en de bewaring in oktober 2023 was opgeheven wegens dit gebrek aan zicht. De rechtbank oordeelde dat het eerdere opheffen van de maatregel niet verhindert dat een nieuwe maatregel wordt opgelegd, zeker omdat de eerdere gebeurtenissen meer dan een jaar geleden zijn. Daarnaast is niet gebleken dat de Indiase autoriteiten de aanvraag hebben afgewezen of niet in behandeling nemen.
De rechtbank stelde ook vast dat eiser geen activiteiten onderneemt om zijn identiteit te bevestigen en zijn terugkeer te bespoedigen, wat wel van hem verwacht mag worden. De ambtshalve toetsing leverde geen grond op om het besluit onrechtmatig te achten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.